De sneeuwuil leeft in de omgeving van IJsland, Scandinavië en Groenland. In tegenstelling tot andere familieleden jaagt de sneeuwuil overdag in plaats van ’s nachts. Op de toendra’s in het hoge noorden jaagt hij dan op zijn lievelingsprooi: de lemming. Verder eet hij andere knaagdieren en sneeuwhazen.
Het verenkleed van sneeuwuilen is in de winter witter dan in de zomer. Zo vallen ze in de winter minder op in de sneeuw. Over het algemeen zijn vrouwtjes wat groter en hebben zwarte veertjes in hun kleed; mannetjes hebben een sneeuwwit verenkleed.
Sneeuwuilen broeden van mei tot midden september op de toendra of hoogvlakten; ze broeden bij voorkeur op de grond. De kuikens van de sneeuwuil hebben, wanneer ze uit het ei komen, een wit donskleed. Na een paar dagen wordt dit donskleed grijsbruin, zodat ze dezelfde kleur hebben als de rest van de omgeving. Dit wordt camouflage genoemd.